Headline
Rondom het gehele spelgedeelte stonden veel camera’s opgesteld. Elke camera had een eigen specifieke taak. In totaal waren er acht camera’s. Eén camera op het podium, naast en aan het einde van de baan, een technocrane (een camara aan een uitschuifbare arm die van afstand werd), een camera in één van de bootjes van de reddingsbrigade en een camera die shots opnam van het publiek op de tribune. Nieuw was de aanwezigheid van twee Sony F5 camera’s die slow motion shots maakten (150 frames/sec).
Op het startpodium werden de interviews met de deelnemers opgenomen. Al dan niet met verdiepende vragen gesteld door presentator Ruben Nicolai of starter Gerard Joling. Soms ging het gelijk na de start al mis. In dat geval liep één van de handheld camera’s de podium helling af en filmde de situatie van de onfortuinlijke deelnemers.
Hoe het ook afliep, alle camera’s stonden gericht op het deelnemende team. In het verlengde van de finish waar de bel hing, of het einde van de baan ophield, stond de camera die de laatste seconden van de aanstormende helden vast legde. Mooie close ups van de laatste sprong naar de bel of remmende beweging om tijdig het voertuig te laten stoppen. Maar ook de napret werd haarfijn in beeld gebracht. En juichende deelnemer die de bel had weten te luiden of op het juiste punt het voertuig had laten stoppen. Maar ook het ongeloof van het net niet halen van het zo vurig gehoopte einddoel. Wat het ook was, eenmaal in de boot gehesen zwaaiden ze allemaal geheel ontladen van de deelname stress naar het publiek. Een moment dat weer prachtig in beeld werd gebracht.
Door al die camera’s precies op de juiste plaats neer te zetten was het mogelijk om elke beweging en voortgang tijdens de deelname vast te leggen. Oneindig veel beeldmateriaal, waar alleen het beste van werd gebruikt. Je zag ze niet, maar er waren heel veel cameramensen en technici op de locatie aan het werk bij iedere opnamedag.













