Terug naar hoofdinhoud

Headline

Ook in de nieuwe serie van Te land, ter Zee en in de lucht staat voor de deelnemers waterveiligheid centraal.  Hier wordt onder verstaan dat alle mogelijk gevaren onder- of in de nabijheid van het water in beeld gebracht zijn en noodzakelijke acties hiervoor zijn ingezet ter voorkoming. Al sinds 1990 werd het productie team hierbij jaarlijks ondersteund met de kennis en kunde vanuit de Reddingsbrigade Nederland. Na een onderbreking van 14 jaar werd opnieuw de hulp van de reddingsbrigade ingeroepen.  De nieuwe serie reeks bestaat uit 4 spelonderdelen die op vier verschillende dagen werden opgenomen. De coördinatie van de reddingsbrigade lag hierbij in handen van Arjan Boere. 

Bodemschouw 

Anders dan gebruikelijk, was het niet nodig om in de voorbereidingstijd een bodemschouw uit te laten voeren door de duikers van de Reddingsbrigade. De vijver van de Efteling werd namelijk geheel leeggepompt om deze uit te graven tot de, door Reddingsbrigade Nederland, geadviseerde minimale diepte. Hierdoor was ook snel inzichtelijk dat er geen fietswrakken of ander grof afval op de bodem lag dat een gevaar kon opleveren voor de deelnemers.  

Materialen en middelen 

Met alle verzamelde informatie werd duidelijk welke middelen, boten en menselijk waterondersteuning noodzakelijk was voor een veilig spelverloop. De praktische ondersteuning kwam hiervoor van de Reddingsbrigades IJsselstein, Den Bosch, Rotterdam, Den haag, Goes en Noordwijk. De centrale verzamellocatie van alle goederen was IJsselstein.  

Verzamelpunt/logistiek magazijn 

Direct naast de opname locatie had de reddingsbrigade, in een speciaal groot afgezet werkgebied een grote tent staan. Hierin stonden alle middelen opgeslagen voor de duikers, snorkelaars recueboarders, bemanning van de boten en overige leden/vrijwilligers. Het fungeerde ook als briefingruimte, catering ruimte en uitrustpunt.  

De opnamedag 

De omvang van de Reddingsbrigade groep op een opnamedag schommelde rond de 25 personen. Elke opnamedag startte met een veiligheidsbriefing samen met de duikers, EHBO, het medisch team, beveiliging, kraanmachinist en de productie. 

 Het “waterteam” bestond uit twee professionele duikers met ademlucht, vijf snorkelaars en twee rescue boarders. Deze werden volgens een strak schema afgewisseld om zo scherp mogelijk te blijven. Een deelnemer mocht pas na het startschot van de hellingbaan afgaan, als daarvoor vanaf het startpodium naar het waterteam d.m.v. het opsteken van de vingers was overgekomen hoeveel deelnemers er in het voertuig hadden plaatsgevonden. Noodzakelijk om na de tewaterlating te weten hoeveel hoofden er weer boven water moesten komen.   

De snorkelaars en rescueboarders  verplaatsten zich gemakkelijker in het water dan de duikers en stelden de deelnemers die te water geraken direct veilig. Ze bleven bij hen tot de overdracht plaatsvond in een van de drie rubberbootjes of reddingsboot. De taak van de duikers was om toe te zien dat de deelnemers na de duik weer zo snel mogelijk boven water uitkwamen en niemand onder water bleef. Leden van het duik-en reddingsteam zijn in het bezit van de vereiste zwemdiploma’s, brevetten zwemmend- en varend redden, vaarbewijzen, EHBO diploma’s, duikbrevetten en beschikten over veel ervaring.

De reddingsbrigade ondersteunde ook bij de technische keuring, deden hand- en spandiensten voor de techniek en logistiek, stelde deelnemers veilig en tilde hen uit het water in een van de boten, haakte het voertuig onder water aan voor berging en ruimden achtergebleven restant delen uit het water op.